Wie in Nederland de klantenservice van Eneco, NS, Zalando of ABN Amro belt, komt vaak uit bij een Surinaamse stem. In Paramaribo draaien duizenden jongeren, soms al vanaf drie uur ’s ochtends, mee in het wereldwijde callcenterverkeer. Maar achter die vriendelijke stem aan de lijn, schuilt een harde realiteit.
Callcenterwerk is populair onder jongeren in Suriname die moeilijk ander werk vinden. Ze worden snel ingewerkt, verdienen in euro’s en kunnen direct aan de slag. Toch wringt het: het loon is laag – rond de drie euro per uur – en de omstandigheden laten te wensen over. Slechte bureaustoelen, haperende headsets en een hoge werkdruk zorgen voor gezondheidsproblemen zoals stem- en gehoorklachten.
Daarom is in Suriname nu een nieuwe vakbond opgericht: de Vakbond voor Alle Werkers (BVAW). Met steun van de Nederlandse vakbond FNV zet de BVAW zich in voor betere contracten, werkplekken en arbeidsvoorwaarden.
“Wat in Nederland ondenkbaar is, gebeurt hier dagelijks,” zegt FNV-bestuurder Elly Heemskerk tegen De Telegraaf. “Bedrijven verplaatsen het zware nachtwerk gewoon naar Suriname. Juridisch mag het misschien, maar moreel is het niet in orde.”
Niet iedereen herkent zich in de kritiek. Brancheorganisatie KSF en marktleider Teleperformance benadrukken dat zij het welzijn van medewerkers serieus nemen en openstaan voor samenwerking met de nieuwe bond.
Toch hoopt de BVAW dat ook consumenten in Nederland zich bewust worden van wie er aan de andere kant van de lijn zit – en onder welke omstandigheden.
