Nieuwe generatie
Vanmorgen wandel ik met Daniël naar zijn peuterschool. Hij is vier. Zoals vaker valt het me op dat als wij Hindostaanse mensen passeren, Daniël extra aandacht krijgt. Alsof zijn Hindostaans bloed hen meteen in het oog springt. Van zijn moeder, zullen ze vast denken, nu we zo met zijn tweëen wandelen. Maar zijn biologische vader is Hindostaans. Zijn moeder – mijn vrouw – is Aucaanse, een nazaat van naar het Amazonewoud gevluchte slaven. Dat maakt van Daniël een van de vele mooie ‘mix-maksen’ die het land kent.
Eigenlijk zijn Surinamers de perfecte racisten. Als ze je niet direct kunnen plaatsen, vragen ze onomwonden wat door je aderen stroomt. Etniciteit beheerst hier ook de politieke verhoudingen. Vandaar dat de regeringsformatie – een maand na de verkiezingen van 25 mei – nog altijd moeizaam verloopt. Elke zucht of scheet van de andere moet eerst aan de ‘achterban worden voorgelegd’.
De combinatie Nieuw Front wordt overheerst door drie etnische blokken: de Hindostaanse VHP, de creoolse NPS en de Javaanse Pertjajah Luhur. Als NPS het presidentschap krijgt, dan moet VHP het vice-presidentschap. Vorig week heeft Pertjajah Luhur het voorzitterschap van het parlement losgepeuterd: de Javanen zijn tevreden.
En ook op deze wijze wordt onderhandeld over de zestien ministersposten die over elf (!) partijen moet worden verdeeld. ‘Verkaveling van de macht’ wordt dat hier genoemd. Hierdoor moet niet zelden (optimale) kwaliteit wijken voor etniciteit. Een heersende opvatting is dan ook dat dat ‘etnisch gedoe’ de ontwikkeling van het land frustreert. Overigens vind je in alle etnische groepen kwaliteit. Persoonlijk denk ik dan ook dat vooral corruptie en nepotisme het probleem zijn.Anderzijds beseffen Surinamers dat zij mogelijk hét consensusmodel hebben voor een multi-etnische samenleving. Natuurlijk is er ook gemor. Zo zijn velen ontstemd dat ‘alweer een creool’ president wordt. Al met al staat Suriname dank zij de ‘verbroederingspolitiek’ – een tegenhanger van het poldermodel – ver van rassenonlusten.
Nederland bewijst voor mij dat je niet multi-etnisch kan zijn en dat het land op bestuurlijk en leiddinggevend niveau onevenredig wordt gedomineerd door één groep, ook al vormt die de ‘meerderheid’. Dat leidt tot spanningen en onbegrip. In Nederland was niet eens de minister van Grotesteden- en Integratiebeleid een allochtoon. Maar wat wil je als je uitgangspunt is dat integratie een kwestie is van louter ‘aanpassen’. Inschikken is minstens zo belangrijk.
Gisteravond woonde ik een lezing bij van de Kamer van Koophandel, in verband met een internationaal driedaags congres over leiderschap in augustus in Paramaribo. Onderwerp was ‘Gen Y’. Deze nieuwe generatie is vanzelfsprekend opgegroeid met de digitale technologie – een ‘techno-savvy generation’. Een ander kenmerk is dat de leden een ‘vrijwel volwassen’ relatie met hun ouders hebben. “Ze worden door hun ouders voor vol aangezien”, zei de inleider. Dus een gradatie erger dan de ‘mondige’ Generatie X.
Vooral dit deed mij ineens beseffen dat ik moet waken voor een generatiekloof tussen mij en Daniël. Ik uit regelmatig mijn misnoegen over de bijna ‘ongezond volwassen’ wijze waarop hij inspraak krijgt van zijn moeder. Daniël wil alles beargumenteerd hebben. Op de veelknoppige afstandbediening van de tv hoefden we hem niet wegwijs te maken. Het zal niet lang duren of hij zal de ‘child lock’ weten te ontcijferen.
“Het leiden Gen Y is een must voor de komende vijf jaar”, luidde de link met het congres over leiderschap. “Anders wordt je weggeconcureerd omdat ze hun eigen weg vinden via internet.” Uiteraard zal de soep niet zo heet worden gegeten, maar indringend klonk het wel voor de overwegend vergrijsde leden van de kamer van koophandel.
Vandaag ben ik te gast bij Daniëls peuterschooltje, vanwege een artikel over de kindvriendelijke en vroegstimulerende aanpak van zijn juffrouw. Het ‘schooltje’ telt maar zeven kinderen en toch zie ik ook: twee Chineesjes, een Indiaantje, een Hindostaantje, een Javaantje, een creooltje... Na het bezingen van de kleuren van Surinaamse vlag, eindigen zij in koor met: “Ik vind het fijn om Surinamer te zijn, ook al ben ik klein.”
Dit brengt me bij nog een kenmerk van Gen Y: “Ze zoeken sneller hun vrienden en partners uit binnen andere etnische groepen.” Ik kan het alleen maar hopen, want uiteindelijk is dat de ultieme situatie voor Suriname.
“Met kerst krijg je van pappa een eigen computer”, zeg ik tegen Daniël als we weer thuis zijn en ik achter mijn laptop zit. “Echte, echte”, zegt hij semi-volwassen. Dan weer kinderlijk: “Met zo’n ding?!” Hij wijst naar de roodknipperende optische muis. “Ja met zo’n ding.”
Het klikt genereus, maar ik moet wel. Slechtds acht procent van de Surinaamse jeugd heeft toegang tot internet. Dus ruimbaan voor Gen Z!
Iwan Brave, Paramaribo
Verschenen in de Haagsche Courant
Van zaterdag, 9 juli 2005
Wekelijkse column ‘Den Haag – Paramaribo’
Henry Does bericht vanuit Den Haag
» Klik hier voor een overzicht van columns
Meer nieuws uit Nederland: