Bij de bestudering van witte mensen, ben ik een aantal eigenschappen bij hen tegengekomen die mij vol afgunst vervullen. Jaren geleden observeerde ik een merkwaardig gedrag bij Louis van Gaal, indertijd trainer van Ajax. Van Gaal had een ernstig conflict met Winston Bogarde, een van de zwarte voetballers die toen nog uitkwam voor deze Amsterdamse voetbalclub. De trainer had Bogarde voor straf een aantal wedstrijden geschorst. Toen Ajax echter in de Champions Leaguefinale tegen AC Milan moest spelen, stelde Louis van Gaal Winston Bogarde op in zijn elftal. Zijn zakelijke belang (het winnen van de Champions League was belangrijker dan het conflict met een speler die hij goed kon gebruiken om dat doel te bereiken. Hij nam zelfs Bogarde mee bij zijn vertrek naar Barcelona. Als u mij tegenwerpt dat deze beslissing van Van Gaal niet representatief is voor de zakelijke instelling van witte mensen, dan wil ik u overtuigen met de wijze waarop Guus Hiddink, indertijd trainer van Oranje, gereageerd heeft op het conflict tussen hem en Edgar Davids. Tijdens de E.K-wedstrijden die in het jaar 2000 in Engeland werden gespeeld, werd Edgar Davids uit het elftal gezet, vanwege zijn felle uithaal naar de trainer: Hiddink zou zijn gezicht in het achterwerk van enkele spelers van het elftal verstoppen of woorden van gelijke strekking. De reactie van de trainer was voorspelbaar. Davids kon zijn biezen pakken. Toen Oranje zich twee jaar na dat conflict kwalificeerde voor de wereldkampioenschappen die in Frankrijk werden gehouden, riep Hiddink, ondanks het gemor van de andere witte spelers, Davids op. De enfant terrible, zoals hij genoemd wordt door de witte pers, speelde op dat toernooi zijn beste wedstrijden. Ik kan mij geen enkele zwarte trainer voorstellen die na zo’n conflict Davids nog een kans zou hebben gegeven, hoe goed hij ook in zijn club zou presteren. Hiddink echter, was in staat om in het belang van zijn elftal, het persoonlijke conflict met deze speler niet te laten meewegen in zijn selectiebeleid. Ik ben heel erg jaloers op witte mensen dat zij in staat zijn om persoonlijke conflicten een ondergeschikte rol te laten spelen, als blijkt dat de zakelijke belangen veel relevanter zijn. Deze prijzenswaardige eigenschap heb ik nog niet kunnen waarnemen bij mijn rasgenoten, en ik ga al een tijdje mee.
Op het gebied van de politiek vertonen witte mensen ook een gedrag dat mij vol afgunst vervult. Ruud Lubbers was de leider van het CDA en die partij heeft jarenlang geen goede relatie gehad met de PvdA. Toch vormde dat geen hindernis voor het kabinet Kok om stevig lobbywerk te verrichten toen bekend werd dat Lubbers een van de kandidaten was die in aanmerking zou kunnen komen voor de post Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de VN. Ad Melkert, de gedoodverfde opvolger van Wim Kok, die na de smadelijke verkiezingsnederlaag van enkele jaren geleden de lieren aan de wilgen hing, kon dankzij de voordracht van het kabinet Balkenende, de leider van het CDA, een baan krijgen bij de Wereldbank. Hoewel het CDA en de PvdA in de binnenlandse politiek felle opponenten van elkaar zijn, is een leider van de eerste partij bereid zijn uiterste best te doen om iemand van de PvdA aan een buitenlandse topfunctie te helpen.
Nu komt het niet zo vaak voor dat een Surinamer kans maakt op een internationale functie, maar ik zie het niet gebeuren dat een vooraanstaande NPS’er gaat lobbyen voor een kandidaat van NDP, als deze in aanmerking zou kunnen komen voor een internationale functie. Omgekeerd natuurlijk ook niet. In Suriname is het zelfs zo erg dat bij een politieke machtswisseling, competentie en productiviteit van een werknemer ondergeschikt worden gesteld aan zijn partijaffiniteit. Is hij gelieerd aan een politieke partij die de verkiezingen verloren heeft, dan kan hij zijn baan vaarwel zeggen, ongeacht hoe goed en productief hij is. Zijn functie wordt overgenomen door iemand van de partij die gewonnen heeft, ongeacht hoe incompetent hij is. Witte mensen zorgen ervoor dat talenten onder hen, ongeacht de politieke kleur, ingezet worden voor het nationale belang. Hoewel het aantal talenten in Nederland vanzelfsprekend veel en veel groter is dan in Suriname (Nederland heeft een totale bevolking van ruim 16.000.000, terwijl de Surinaamse bevolking nog geen half miljoen telt), gaat dit land veel zorgvuldiger om met deze uitzonderlijke individuen binnen hun populatie, en dat kan niet van ons gezegd worden. Ook deze waarneming maakt mij heel erg jaloers op witte mensen.
Rob Oudkerk was wethouder van Onderwijs in Amsterdam, totdat bekend werd dat hij een hoerenloper was. Hij werd door zijn partij (PvdA) gedwongen ontslag te nemen. Nog geen twee jaar nadat hij een ambteloze burger was geworden, werd hij door het duo Barend & Van Dorp bij hun praatprogramma binnengehaald om commentaar te leveren op politieke actualiteiten. Stel dat Rob Oudkerk een zwarte man was en Barend en Van Dorp ook tot mijn rasgenoten behoorden, hoe groot schat u de kans dat Robby (Surinaamse variant van Rob) Oudkerk de mogelijkheid zou krijgen om in dat praatprogramma een maatschappelijke come back te maken? Vooral mijn zwarte lezers wens ik veel succes bij de oplossing van deze zeer ingewikkelde kansberekening.
Drs. J.S. With