Kwakoe 2003
‘Kwakoe was leuk dit jaar, he?’ vroeg een vriend gisteren aan mij. Ik knikte. Iedereen houdt tegenwoordig van Kwakoe, het jaarlijkse Surinaamse festival dat elke zomer gevierd wordt in het Bijlmerpark.Kwakoe is leuk, Kwakoe is gezellig, Kwakoe is multicultureel. Toch hou ik niet van Kwakoe. Hoewel ik er in met de auto in vijf minuten kan zijn, gaan er jaren voorbij zonder dat ik er kom.’Ben je niet naar Kwakoe geweest?’vragen Surinaamse kennissen dan. Er klinkt ongeloof in hun stem en ze kijken mij aan alsof ik geen echte Surinamer ben. Ik bedenk dan altijd een passend excuus, want zeggen dat je niet van Kwakoe houdt, is net zoiets als zeggen dat je niet van Suriname houdt. Nee, dat kan je niet maken. Er is een klein onderdeel van Kwakoe waar ik een uitzondering voor maak. De Kwakoe Literatuurprijs. Nadat ik enkele jaren geleden de derde prijs won, ga ik wel eens naar de prijsuitreiking. Ook dit jaar besloot ik te gaan.Op de Kwakoe website zocht ik op wanneer het was. Na mijn auto geparkeerd te hebben, sluit ik mij aan bij de stroom Kwakoegangers. Als aangetrokken door een onzichtbare kracht stroomt jong en oud, zwart en wit richting Bijlmerpark. De zon schijnt, iedereen heeft zijn zondagse kleding aan en de sfeer is prima. Ook ik kom, tot mijn verbazing, een beetje in de Kwakoe sfeer. Naarmate ik het grote grasveld vol tenten en kramen nader, wordt het bonkende lawaai luider. Als ik het Kwakoe grasveld betreed, tettert, dreunt en stampt het lawaai van alle kanten over mij heen. Elk kraampje draait zijn eigen keiharde muziek en samen vormt het de Kwakoe dreun. Die gaat dwars door je trommelvliezen en beukt in op je hersenen. Elke vorm van ontspanning is nu onmogelijk. Als ik over het Kwakoe terrein loop is er één gedachte die telkens uit mijn murw gebeukte brein opborrelt: ’Wegwezen.’Van alle kanten komt de geur van eten op mij af, vaak verpakt in een rookpluim.Soms lekker, soms niet.De bezoekers slenteren langzaam langs de kramen. Ik bestudeer hun gezichten. Ben ik de enige die last heeft van de Kwakoe dreun? Mensen praten in elkaars oren om zich verstaanbaar te maken, maar iedereen lijkt het lawaai te accepteren. Ik haast mij naar de tent waar de literatuurprijs uitreiking om drie uur plaats zou vinden. ‘Literatuurprijs? Nee, dat is niet hier,’ zegt de dame die bij de ingang informatie verschaft.’Vraagt u bij de informatietent.’ Ik loop terug naar de informatietent. Daar krijg ik van een vriendelijk meisje een programma dat totaal anders is dan het programma op de Kwakoe website. Er komt helemaal geen literatuurprijs meer in voor.’Hoe zit het met de literatuurprijs?’vraag ik. Het meisje kijkt mij vragend aan.’Laat maar,’zeg ik,’bedankt.’ Besluiteloos kijk ik uit over het veld met zijn drommen mensen, zijn rokende barbecue ’s en zijn beukende lawaai. Ik heb alweer genoeg van Kwakoe voor een heel jaar. Dan hoor ik iemand op het podium naast het grasveld roepen: ‘Een applaus voor Rediman!’Humphrey Jap Sam!’ Ik loop naar het podium. Dat kan toch niet waar zijn? Op het podium verschijnt een in het wit geklede man. Hij heeft een zonnebril en een wit mutsje op. Hij is het. Mijn oude vriend Humphrey. Het is alweer bijna twintig jaar geleden dat wij elk weekend de disco indoken. We overlegden over tactiek en techniek als we meisjes benaderden. We hadden veel gemeen. Beiden waren we vegetariër, lazen boeken van Krishnamurti en reden graag paard. Maar ach, we werden beiden huisvader, de discobezoeken leken steeds meer uit een vorig leven en er gingen jaren voorbij dat we elkaar niet zagen. Ik wist dat muziek maken een hobby van hem was, maar zelfverzekerd het podium van Kwakoe op stappen als Rediman? Wie had dat kunnen denken? Voor het podium staan 150 lege stoelen. Er hangen papiertjes met ’gereserveerd’ op. De pijnlijke bewijzen van een verkeerde organisatie. Om de stoelen staat een hek en achter het hek staat het publiek. Het kan mij oude vriend niet deren.’Kwakoe 2003!’roept hij, alsof hij de lege stoelen niet ziet en zwaait naar het publiek. Hij zingt met passie en beweegt met soepele heupen. Even vergeet ik het lawaai en de slechte organisatie. Even is Kwakoe inderdaad gezellig.Ik ben trots op mijn oude vriend. Salsa, merengue en reggae, hij brengt het allemaal met evenveel overtuiging. Hij eindigt met een lied over zijn moeder in het Sranang Tongo. De mensen om mij heen reageren enthousiast. Als Rediman het podium verlaat is de betovering verbroken. De Kwakoedreun zwelt weer aan en duwt mij snel het terrein af.
Berichten in het onderdeel "Nieuws uit Nederland" zijn afkomstig van andere media of ingezonden. Dagelijks verschijnen er berichten in de Nederlandse pers die betrekking hebben op Suriname, Surinamers en Surinaamse zaken. Waterkant.Net selecteert voor u een aantal berichten en verwijst u verder naar de website waar het bericht gevonden is. Waar mogelijk is de bron en de auteur vermeldt. Het copyright op deze berichten berust steeds bij de vermelde media.