Schoolhoofd
Waarom ons gezin voor de onafhankelijk in 1975 naar Nederland vertrok begreep ik als twaalfjarige niet. Waarom wij na de onafhankelijkheid weer naar Suriname terugkeerden ook niet. Mijn ouders waren te laat met inschrijven en alle scholen in de buurt zaten al vol. Na veel toestanden kon ik terecht op een nieuwe school, tien minuten fietsen van ons huis. Van het gymnasium, een statig gebouw in de heksenketel rond het Leidseplein, naar de mulo op Rainville, groen en stil. Op het gymnasium had ik kennisgemaakt met een vreemde chaotische wereld. De les die gewoon doorging terwijl er in een hoek van de klas werd gevochten. Een leerling die een leraar naar details over neuken vroeg. Ik was er net aan gewend geraakt, een beetje van gaan houden en moest er alweer afscheid van nemen. Nu zong ik in de felle ochtendzon op het schoolerf het Opo Kondreman, terwijl de Surinaamse vlag gehesen werd. Leraren werden met meester en juffrouw aangesproken en kauwgom kauwen was streng verboden. Ik leerde weer op mijn stoel te blijven zitten tijdens de les en mijn mond te houden. Mijn Amsterdamse accent was snel verdwenen. Al gauw werd het voorlopige hoofd van de school, een gemoedelijke oudere leraar, vervangen. Het nieuwe hoofd, een jonge man, opgeleid in Nederland, maakte direct duidelijk dat hij een strenger beleid zou voeren. Volgens hem was er een gebrek aan discipline. Hij werd mijn nieuwe Engels leraar. Je kon voelen dat hij van zijn vak hield aan de manier waarop hij Engels sprak. Zo had ik het nog nooit iemand had horen spreken. Of hij lang was weet ik niet zeker meer, want ik was klein en alle volwassenen leken groot. Het meest opvallend waren zijn grote, bolle ogen. Als hij zich opwond, en dat gebeurde vaak, puilde ze uit zijn gezicht, dat totaal verkrampte. Als hij dacht dat leerlingen hun best niet deden waren ze niet jarig. Met minachting in de uitpuilende ogen torende hij boven ze uit en wie in die ogen keek voelde het einde van de wereld naderen. Op zijn gebulderd:’Wat denk je dat er van je terechtkomt?’durfde niemand antwoord te geven. Ik was goed in Engels en had de twijfelachtige eer tot zijn favoriete leerlingen te behoren. Gaandeweg bleek dat er maar één ding was waar hij zich meer over opwond dan over gebroken Engels. Dat was het niet naleven van de ontelbare regeltjes die boven de bolle ogen ontsproten. Te laat komen was een zonde van het ergste soort. De laatkomer moest voor de klas vertellen hoe het zover had kunnen komen en beloven dat het nooit weer zou gebeuren. Het gebeurde wel eens dat een leraar afwezig was en de klas een uurtje zonder toezicht was. De lieverdjes bleven braaf zitten, de stoere jongens gingen langs de klassen slenteren om indruk te maken op de meisjes. Omdat ik wel een wat stoerder imago kon gebruiken, deed ik ook mee met dit ’wandelen’. Tot ik door het hoofd in de kraag gevat werd. In zijn kantoor kromp ik samen met de andere wandelaars ineen onder zijn donderpreek. Hij schudde zijn hoofd, maar de bolle ogen bewogen niet mee en boorden door mij heen. Hoe had ik, zo’n veelbelovende leerling, zo diep kunnen zinken. We moesten op verschillende punten op het erf op straf staan, zodat alle leerlingen ons konden zien. Als onze ouders ons geen discipline bijbrachten zou hij het wel doen. Anders zou er niets, maar dan ook niets van ons terechtkomen. Toch had hij ook een andere kant. Soms speelde hij op een soort klein gitaartje voor de klas en zong erbij. Zijn vingers beroerden soepel de snaren en het dunne snorretje krulde vrolijk omhoog. Waarschijnlijk was ik zo gefascineerd door de metamorfose die hij dan onderging, dat ik zijn liedjes niet meer hoorde, want ik kan mij ze niet herinneren. Als ik terugkijk was het niet zijn overdreven discipline, waar ik mij aan stoorde. Dat was voor Suriname in die tijd normaal. Hij vond zichzelf de slimste, de mooiste, de grappigste. Dat was het probleem. Je kon niet ontkennen dat hij een bepaalde charme had, maar het was het soort dat tegelijkertijd irritatie opwekt. Toen ik de mulo verliet gleed het kunstmatig opgebrachte laagje discipline onmiddellijk van mij af. Ik werd een typische middelbare schoolleerling, strevend naar zoveel mogelijk plezier en zo min mogelijk inspanning. Ik had genoeg tijd voor mijn hobby’s. Een daarvan was paardrijden over de zandwegen van Paramaribo Noord. Als ik langs mijn oude mulo-school kwam kon ik het nooit laten. Langs het gebouw liep een lange zandweg, waar ik mijn paard op topsnelheid overheen liet vliegen, wetend dat de mulomeisjes hun aandacht onmogelijk bij de les zouden kunnen houden En dan nog een keertje terug zodat iedereen het gezien had. Een gevorderde vorm van het wandelen tijdens lesuren. Ik hoopte dan altijd dat mijn oude schoolhoofd met een verkrampte trek om zijn mond zijn monoloog in overdreven Engels zou onderbreken. Zou zeggen:’Van die jongen komt niets terecht.’ Het voortrazen langs de pubergevangenis gaf een ongekend gevoel van vrijheid. Een vrijheid waar de leerlingen in de klas alleen maar van konden dromen. Ik had niet meer aan mijn oude schoolhoofd gedacht tot ik twintig jaar later hoorde dat hij minister van defensie geworden was. Goed terechtgekomen, dacht ik. Een paar weken geleden hoorde ik dat hij veroordeeld was tot een voorwaardelijke gevangenisstraf wegens ontucht met een minderjarig meisje.
Berichten in het onderdeel "Nieuws uit Nederland" zijn afkomstig van andere media of ingezonden. Dagelijks verschijnen er berichten in de Nederlandse pers die betrekking hebben op Suriname, Surinamers en Surinaamse zaken. Waterkant.Net selecteert voor u een aantal berichten en verwijst u verder naar de website waar het bericht gevonden is. Waar mogelijk is de bron en de auteur vermeldt. Het copyright op deze berichten berust steeds bij de vermelde media.