Als Surinamer die lang in Nederland woont, vraag je je wel eens af: hoe Surinaams ben ik nog?Ik ben geboren in Suriname, maar vertrok al als peuter met mijn moeder naar Nederland. Van mijn tiende tot mijn twintigste woonde ik weer in Suriname, daarna ging ik voor studie weer naar Nederland.Inmiddels heb ik het grootste deel van mijn leven in Amsterdam gewoond. Eigenlijk ben ik dus een Amsterdammer. Een raar idee, want als ik aan een Amsterdammer denk, zie ik een heel ander type voor mij. (Ik zal hem niet beschrijven)
Ik zie mijzelf nog steeds als een Surinamer, maar vooral op vakantie in Suriname twijfel ik wel eens.’Rare jongens, die Surinamers,’denk ik dan en schrik altijd weer van mijzelf.
Want wat ben ik dan? ‘Een Euro- Suri,’ zeggen de echte Surinamers spottend. Een Surinamer die zo lang in Nederland heeft gewoond dat zijn cultuur, zijn Surinaamse identiteit verdwenen is. Als een boek in de boekenkast, waarvan de omslag nog intact is, maar de bladen opgepeuzeld zijn door muizen. Witte Nederlandse muizen.
Ach, natuurlijk hoeft dat helemaal niet negatief te zijn. Integratie is belangrijk. Dat is ons de laatste maanden wel ingepompt. Maar hoeveel Surinaamse cultuur zit er dan nog in mij? En wat is Surinaamse cultuur eigenlijk?
De verschillende bevolkingsgroepen in Suriname hebben elk hun eigen cultuur. Geen enkele bevolkingsgroep bezit een absolute meerderheid. Hoewel er nooit over gepraat wordt, is de Surinaamse samenleving dus een echte multiculturele. Mijn ouders behoren tot verschillende bevolkingsgroepen. Zoals duizenden Surinamers ben ik een ‘dogla’, een mengeling. Met een katholieke Hindoestaanse moeder en een afwezige Afro Surinaamse vader, vraag ik mij nog steeds af wat voor cultuur ik van huis uit mee heb gekregen. Katholiek ben ik nooit geworden. Geen heilige communie gedaan en ik weet nog steeds niet hoe je je moet gedragen in de kerk.
Surinaamse muziek? Ik vond er nooit zoveel aan. Surinaams eten? Lekker, maar ik eet het nog maar zelden en mis het niet. Omgangsvormen, gewoonten? We zijn ontspannen, gastvrij, gezellig en houden van feesten, zegt men. Tja, ik ken Nederlanders die op al deze gebieden ‘Surinaamser’zijn dan ik. Een echte Surinamer danst nog als hij zo oud is, dat hij nauwelijks meer kan lopen zonder hulpmiddelen. Dat zit er bij mij niet in, ik dans allang niet meer.
Ik was bij (Nederlandse) vrienden op bezoek en cultuurverschillen kwamen ter sprake.
Hanna, de vrouw, is onderwijzeres op een school in de buurt.’We hebben een probleem met Surinaamse meisjes op school. Die willen niet op survivalkamp, omdat ze dan een week niet kunnen douchen.’ Ze haalde haar schouders op en keek mij vragend aan.’Dat moet toch kunnen?’
Ik voelde een ongemakkelijk gevoel bij mij opkomen. Een heel vies gevoel. Als je niet kan baden(Surinamers zeggen altijd baden, ook al staan we onder de douche), is het leven een stuk minder mooi.
Het klimaat in Suriname is dat van een tropisch regenwoud. Ook in de stad.
In Suriname zweet je zoals je nergens anders zult zweten. Dus moet je eigenlijk twee keer per dag onder de douche wil je een beetje fris voor de dag komen. En Surinamers zijn op het gebied van frisheid onverbiddelijk. Opfrissen met een washandje? Dat is Hollandse viezigheid. Echt baden moet je! Als vakantieganger merk ik dat ik het klimaat wat ontwend ben. Terwijl ik mij afdroog na het douchen, begin ik alweer hevig te zweten.’Dan moet je maar wat vaker baden,’zegt mijn Surinaamse familie dan.
Het is de grootste cultuurschok die Surinamers krijgen als ze naar Nederland komen. Er blijken mensen te zijn die niet elke dag onder de douche gaan!
’Sorry, maar dat is één ding dat wij Surinamers nooit op zullen geven,’zei ik, blij dat ik eindelijk voor mijn cultuur op kon komen, dat ik eindelijk cultuur ontdekte. Ik werd verbaasd aangekeken.
‘Daarom zal je mij ook nooit op zo’n tocht zien. Niet baden, geen Surinamers.’
‘Maar soms moet je je toch daar over heen kunnen zetten…’probeerde Hannah nog.
Ik schudde mijn hoofd met de zekerheid van een grijze professor.
‘Vergeet het maar. Verzin maar iets anders voor die meisjes.’
Er is al genoeg van mijn cultuur weggeintegreerd. Dit laatste fort zal ik verdedigen. Tot de laatste snik.
Chris Polanen