Moengo werd diep in het oerwoud aangelegd en was alleen na een lange bootreis over de smalle en bochtige Cottica rivier te bereiken.Daar begonnen in 1917 de werkzaamheden van de surinaamsche bauxite Maatschappij.Iemand die dat begin heeft meegemaakt vertelt daarover:
"Het prospecteren in deze beginjaren was zwaar werk, een lichter was gekocht en omgebouwd tot woonboot.Deze was naar Moengo gesleept waar hij aan de oever was gemeerd en diende tot verblijf van de staf.Hij was van muskietengaas voorzien,doch overbevolkt en warm.
de arbeiders die via de politie waren aangenomen,kregen twee dagen om een kamp voor zichzelf te bouwen.Deze kampen werden geconstrueerd van pinapalmbladeren.
De betaling in die tijd voor de arbeiders was een gulden vijftig per dag met voeding,welke voornamelijk bestond uit zout,rund-en varkensvlees,zoute vis,rijstmeel ,spliterwten en soms een klein beetje tabak.Het baden vond plaats in de rivier en ook het drinkwater werd van de rivier betrokken"
De verbinding met Moengo werd in de eerste maanden onderhouden met motorbarkassen.Voor vervoer van vrachten had de maatschappij houten ponden laten bouwen ,die door sleepboten werden voortgetrokken.
De pioniers woonden in primitieve onderkomens,maar al snel werden er houten woningen opgezet.Er werd te moengo toen gewerkt van zonsopgang tot zonsondergang.Het mijnen gebeurde nog erg primitief.Met pick en shovel werd bauxite van de Moengoheuvel losgehakt en met karren vervoerd,men hoefde geen grote afstand te overbruggen,want het eerste erts werd gemijnd van af de heuvel,dicht bij de rivier,waar later de plant zou worden gebouwd.
De Cottica rivier ,diepste en tevens smalste rivier van Suriname.
toen in een latere fase zeeschepen naar Moengo gingen moesten die bij een kreek (zijtak van de Cottica)keren om achterwaarts naar Moengo te worden gesleept.Pas in 1953 werd bij Moengo een zwaaikom gegraven,waar schepen konden keren.
De betekenis van Moengo:
Het dorp moengo werd aangelegd op een verlaten Aucanerdorp aan de cotticarievier,ongeveer honderd mijlen verwijderd van paramaribo. Het woord "Mongo" betekent Heuvel en bergland en naar men vertelt werd deze plaats door de Aucaners verlaten,omdat door de harde grond het inslaan van palen voord de bouw van woningen heel moeilijk ging.
Het terrein was golvend en de bauxietheuvels liepen door tot de rivier.Ook in de omgeving waren er diverse heuvels ,waar het bauxiet tot aan de oppervlakte voorkwam. Toen het werk op Moengo begon, waren alle activiteiten en gebouwen geconcentreerd op een klein oppervlak aan de rivier,maar al gauw werd er een plan gemaakt voor de aanleg van een dorp ,berekend voor ongeveer 1000 arbeiders en hun gezinnen.dit dorp werd verdeeld in drie wijken ,bestemd voor respectievelijk de Amerikaanse employees ,de creoolse en de javaanse arbeiders.De straten waren 15 meter breed en stonden loodrecht opelkaar. ze waren ten dele genummerd en ten dele genoemd naar surinaamse houtsooren . |